Onderweg naar Parijs – een blijk van medeleven

BLOG 7

 

Een stukje historie …

De eerste keer dat ik schippers ontmoette was in Rotterdam toen ik daar als twintigjarige wijkverpleegster ging werken. Geboren en getogen in Nijmegen had ik geen connectie met schepen en varen. De Rotterdamse wijken Feijenoord en Noordereiland behoorden tot mijn werkgebied en daarom bestond mijn clientenbestand voor een groot deel uit schippersechtparen. Deze schippers waren met pensioen en woonde aan de wal in een woning dichtbij de haven. Hier konden zij het gevoel van het schippersleven nog een beetje vast houden.

Altijd stond er wel een potje koffie te pruttelen als ik kwam voor een wekelijkse wasbeurt, een been verbinden of om insuline toe te dienen. De woningen in deze wijken waren meestal klein en de inrichting van het woonkamertje had veel weg van een kombuis of stuurhut.  Met mijn afkomst met geen enkele link naar schepen, maar toen al nieuwsgierig, luisterde ik onder het zoveelste kopje (sterke) koffie naar de verhalen van de schippers.  Vanuit het verpleegstersmotto in die tijd:  “regelmaat en reinheid” wilde ik mijn cliënt na zo’n wasbeurt een schone schipperstrui aantrekken. De meeste schippers vonden dat onzin: “aan boord had ik twee truien, de wintertrui en de zomertrui ” en die wisselde ik met de seizoenen, dus waarom zou ik nu iedere week een andere trui aandoen? “

Vaak hadden de schippers een hondje en ondanks dat het lopen moeilijk ging, bezochten zij dagelijks een schipperscafé, die op de hoek van (bijna iedere) straat in deze wijken te vinden was. Natuurlijk ging het hondje mee. Die cafés waren erg belangrijk als ontmoetingsplaats met andere schippers.  Deze mensen hielden van een eenvoudig leven dicht bij het water en stelde geen prijs op moderne dingen zoals een geiser/boiler of een elektrisch koffiezetapparaat. Ik moest een keteltje water koken om hen met slechts een teiltje water te wassen. Koffie en soep stond vaak nog op een butagastelletje of ’s winters op een oliekacheltje… Voor die tijd was dat al “ouderwets”.

Jaren later heb ik mijn hart gevolgd en ben  ik  diverse opleidingen gaan volgen in hondentraining en gedrag. Twintig jaar geleden kreeg ik een relatie met een motorbootvaarder en het vaarvirus had al snel vat op mij.  Toen ik in 2010 aan mijn boek Honden aan boord werkte wilde ik ook graag de mensen van de beroepsvaart bereiken.  Ik zocht contact met Annemarie van Oers, die met man en scheepshond op een spits woont en werkt. Van haar leerde ik welke dingen – voor wat betreft het houden van honden – voor de beroepsvaart belangrijk zijn. Annemarie schrijft voor de binnenvaartkrant De Schuttevaer en heeft een interessante website over het leven op een spits. Ze schreef onder andere een artikeltje (dat is opgenomen in mijn boek “Honden aan boord”) over het scheepsdierenkerkhof in Douai in Noord Frankrijk.  In 2011 bezocht ik het scheepsdierenkerkhof voor de eerste keer zelf.

Rietvaer in Douai

Douai heeft van oudsher een belangrijke spitsenhaven aan de rivier Scarpe. Ergens heeft ooit een schipper zijn hond of kat begraven op een hoekje aan de Scarpe en uiteindelijk is hier een scheepsdierenkerkhof ontstaan. Het is altijd een onofficieel kerkhof gebleven maar het wordt door iedereen gerespecteerd en de grafjes worden onderhouden als een schipper weer in Douai afmeert. Er blijken veel schippers gebruik te maken van het kerkhofje. Soms wordt er lang gevaren om het dierbare overleden huisdier naar deze laatste rustplaats te brengen.

Een blijk van medeleven…

Onderweg naar Parijs meren we af aan de kade van Douai om het kerkhof nog eens te bezoeken. Heel wat grafjes zijn overwoekerd, misschien leeft zelfs de eigenaar van de hond of kat niet meer, maar er zijn ook nieuwe grafjes bijgekomen en er is een groter graf met grint waar meerdere dieren liggen. Mogelijk omdat dit niet zoveel onderhoud vraagt, misschien wordt er as uitgestrooid. De grafjes zijn voorzien van een foto van het dier, veel plastic bloemen, een speeltje of een attribuut van het schip waarop de dierbare hond of kat geleefd heeft. Voor de rest doet de natuur zijn werk met wilde bloemen en bomen.

Ik merk dat het mij wederom emotioneert hoe de schippers liefdevol een prachtig plekje creëerden voor hun overleden maatjes. Uit respect wilde ik iets tastbaars achterlaten.

Als je ook eens in Douai komt ga dan ook eens bij dit mooie plekje aan de Scarpe kijken.

Centraal op het de scheepsdierenkerkhof staat een wilde appelboom, hier wappert vanaf nu de Hond aan Boord vlag….

 

 

Over de spits (Wikipedia)

Een spits is een Frans vrachtschip waarbij de maten zijn afgeleid van de maten van de sluizen  en kanalen van Frankrijk. In 1879 vastgelegd door Charles de Freycinet – minister van openbare werken. De sluizen moesten minimaal 5.20 m breed zijn en 40 m lang zijn. De minimale waterdiepte bedraagt 2.20 m en  de maximale doorvaarthoogte is 3.50 m. een spits kan max. 300-400 ton vervoeren.  Veel spitsen zijn 38,50 m lang en 5.05 m breed.

Enkele jaren geleden hadden de spitsen het heel erg moeilijk doordat veel vervoer per weg of spoor gebeurd. Op veel plaatsen zijn de kanalen in Frankrijk dichtgeslibd en verwaarloosd omdat de Franse overheid niet wil investeren in onderhoud.. Bij de binnenvaartschippers is veel onbegrip hierover omdat een spits een duurzaam vervoersmiddel is, een spits kan dezelfde inhoud vervoeren als 12 vrachtwagens. Ooit voeren er meer dan 20.000 spitsen in west Europa, dat zijn er nu nog 500 en 100 in NL.

Op het Canal du Nord en de rivier L’ Oise vinden wij nog een levendige vaart van spitsen en iets grotere beroepsvaart. Wij komen zelfs twee “bekende” spitsen tegen, de Traveler en de Westropa, allebei met een hondje aan boord!

Website Picaro: www.picaro.nl

Interessant: Documentaire over de spitsvaart (2016) “Passage”

 

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *